De continuïteit wordt bedreigd – deel III

De continuïteit wordt bedreigd – deel II
april 22, 2020
De continuïteit wordt bedreigd – deel IV
mei 3, 2020
Laat alles zien

De continuïteit wordt bedreigd – deel III

De laatste weken proberen we de huidige tijd te plaatsen in een andere context, een metafoor, om vanuit de kennis die we hebben over die andere context meer te gaan begrijpen waar deze bijzondere tijd over gaat. We hebben het gehad over een retraite en het daaruit voortkomende transformatieproces. Deze periode van lock-down, van social distancing, van totale in-activiteit, brengt ons terug op onze gewoontepatronen en levert soms veel ongemak op.

De Boeddha had daar zo zijn eigen ideeën over. Hij had het over het doodloze, een vreemde term die wij niet kennen. Op een dag was hij onderweg naar een dorp waar hij wilde overnachten. Vanaf een heuvel zag hij het gehucht liggen. Hij werd overmand door droefheid, want hij schouwde hoe de mensen ‘rondrenden en spartelden als vissen in te weinig water’.  En hij wist de reden: ‘er zit een doorn in het hart’. En hij verduidelijkt het beeld: die doorn is het bezitsgevoel. De pijn wordt veroorzaakt door een weten dit is mijn lichaam, dit is mijn geest, ‘dit is van mij’.

Een monnik vroeg de Boeddha: “‘Het doodloze, het doodloze’ wordt er gezegd, Heer. Wat toch, Heer, is het doodloze? Wat is het pad dat naar het doodloze leidt?” De Boeddha antwoordde: “Monnik, de vernietiging van hartstocht, de vernietiging van haat, de vernietiging van onwetendheid – dat wordt het doodloze genoemd. Het pad dat naar het doodloze leidt, is dit edele achtvoudige pad, te weten: de juiste zienswijze… en de juiste concentratie.”

Welnu, een monnik ontwikkelt de juiste zienswijze met het doodloze als vaste grond, met het doodloze als bestem­ming, met het doodloze als einddoel… en hij ontwikkelt de juiste concentratie met het doodloze als vaste grond, met het doodloze als bestemming, met het doodloze als einddoel. Al­dus neigt een monnik…’

Hij wijst op het afleggen van het bezitsgevoel, een mentaal en geestelijk offer. Wij dienen te offeren wat ons het meest dierbaar is. En het meest dierbare is wat wij bezitten, wat met kilo’s lijm aan ons vastzit, zodat wij er soms oorlogen voor over hebben om het niet te verliezen. Niet dat de ‘objecten’, verwijderd dienen te worden, alsof we alle aardse en geestelijke goederen zouden moeten inleveren, maar het corrigeren van die bijna vanzelfsprekende impressie: dit is van mij. Alles wat mij omringt, veroorzaakt een aandoening, een gemoedsbeweging die tot het creëren van een afgeschermd en bewaakt domein leidt: mijn eigendom. En tegelijkertijd – o wonderlijke paradox! – voor alles wat mij omsluit, ben ik verantwoordelijk. Daar moet ik voor zorgen en het naar goeddunken beheren.

Het doodloze verschijnt als het bezitsgevoel is weggesmolten. Ontwikkel de verlichtingsfactoren van aandacht, gelijkmoedigheid, energie, vreugde, kalmte en concentratie. Of: blijf volbewust en beschouwend bij het lichaam, bij de gevoelens, bij de geestesgesteldheid. Dan sta je in het doodloze. Het doodloze kan slechts in stilte en verlegenheid gekoesterd worden. Ik zal het zwijgend met mij meedragen omdat elk gesproken woord de goddelijke onwetendheid ruïneert.

Namasté,

Sjaak Ruivenkamp

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.