De essentie van mediteren
januari 14, 2024
Basale twijfel
februari 6, 2024
Laat alles zien

Het falen van de Mens

Eckhart Tolle, schrijver en spiritueel leraar (Kracht van het NU en Een nieuwe aarde), is van mening dat de Mens een overgeërfde stoornis heeft; een soort waanzin waardoor de mensheid in staat is om veel kapot te maken, delen van de natuur, andere volken en beschavingen. Hij voelt zich gesteund door de religies in de wereld waarin wordt ingegaan op het illusoire karakter van de menselijke geest. Het Hindoeïsme noemt het Maya, de sluier van illusie en het Boeddhisme heeft het over Dukkha, een voortdurend lijden, gevoed door gevoelens van afkeer en verlangen en een grote onwetendheid over de complexiteit der dingen. Het Christendom spreekt over de Zonde, een afdwalende mens die zijn doel en bestemming mist en daardoor lijdt en leed berokkent bij anderen (een waarde-loos leven leidt).

Volgens Tolle zit er dus in de Mens een aspect waardoor hij zichzelf en anderen schade berokkent. De 20e en 21e eeuw zijn voorbeelden waarin de beschaving zich op een destructieve manier heeft laten zien. Niet omdat we toen pas die stoornis in zijn gaan zetten maar omdat het menselijk vernuft zodanig gegroeid was (Oppenheimer en zijn atoombom) dat de schade uit die al aanwezige stoornis meer impact kreeg. In de hele menselijke geschiedenis zie je een beeld van vernietiging en overheersing van anderen.

Daarnaast is diezelfde Menselijke geest in staat tot prachtige en ontroerende dingen. Noem de kunst, de wetenschap, en het algemeen aanwezige gevoel van onderlinge verbondenheid, zorg, aandacht en hulp. Het lastige is dat beide aspecten er tegelijkertijd kunnen zijn. Als de stoornis waar Tolle het over heeft een zekere vorm van het Kwaad vertegenwoordigt, leert het verleden ons dat het gezicht van het Kwaad niet uit te beelden is met een duivels gezicht. Hannah Arendt, een belangrijke filosofe, heeft in haar onderzoek naar Eichmann juist naar voren gebracht dat het Kwaad moeilijk te herkennen is en vele gezichten heeft. Je kan dus lief, aanhankelijk en zorgzaam zijn – zelfs een aimabele persoonlijkheid bezitten – en tegelijkertijd je bezighouden met destructieve zaken als vernietiging van anderen en daarin sadistische trekken vertonen.

Die schaduw en licht kant van de mens wordt in de literatuur vaak uitgebeeld met karakters die elkaar tegenpolen lijken te zijn. Er leeft een oud verhaal waarin een oude man door zijn kleinkind bevraagd wordt naar die tegenstelling over goed en kwaad. De oude man antwoordt dat in ieder van ons twee wolven leven: de ene is zorgzaam en gericht op anderen om hen te beschermen en de ander is gericht op macht, woede en egoïsme. De oude man leert zijn kleinkind dat beide wolven in onszelf zitten en dat het je taak is om met aandacht te ervaren welke wolf je eten en aandacht geeft. In de mens zit dus die dubbelheid, die tweeledigheid waardoor het zomaar kan zijn dat je door de context, je verleden met alle ontstane gevoeligheden, je verbondenheid met een bepaalde groep, een kant laat zien die boosaardig en conflictueus genoemd kan worden.

De oplossing ligt dus niet in het ontkennen van het ene om het andere meer in het licht te plaatsen maar in te zien dat beide aspecten onderdeel van onszelf zijn. Dat we naast succesvolle mensen ook falende mensen zijn. Zitten in stilte is de geest ontvankelijk maken voor die beide aspecten, jezelf oefenen in het willen zien wat speelt en hoe je daarin gehandeld hebt. Vriendelijk, mild en compassievol zitten in stilte. Meer niet.

Comments are closed.