Lijden als toegangspoort
november 14, 2023
Onbaatzuchtige doelmatigheid
december 18, 2023
Laat alles zien

Is helpen wel helpen

Levinas stelt dat op het moment dat wij de ander ontmoeten, van elkaar bewust zijn, een spreekwoordelijk appèl bij ons binnendringt. Hij ziet dat ook echt als binnendringen want het gaat ons bewustzijn voorbij. We zijn voor dat appèl erg inbraakgevoelig. Het dringt binnen of je nu wilt of niet. De geschiedenis leert ons dat om aan dat appèl te ontkomen er een soort kordon gemaakt moet worden waarmee de Ander buiten blijft. Dat is een vorm van massaficatie waarmee de Ander ontmenselijkt wordt, tot een ding wordt gereduceerd. Je ziet het in allerlei vormen ook nu weer terug: demoniseren is daar een onderdeel van. We hoeven het appèl van de ander dan niet meer te voelen en erop te reageren. De ander wordt weggezet en tot een ‘demon’ gereduceerd.

Om tot helpen te komen, zo stelt Levinas, is een gezonde afweging vanuit de Rede noodzakelijk. De eerste impuls om te helpen is wellicht gericht op het verbale verzoek van de ander: de hulpvraag. Levinas zegt daarbij nadrukkelijk dat het appèl vóór dat verbale verzoek ligt.  In alle redelijkheid moet ik het appèl van de ander overwegen om mijn spontane willekeur te toetsen. Ook zal ik het appèl moeten gaan interpreteren: Levinas schrijft: “Een appèl is een vraag achter de vragen. Het appèl is een woordeloos doorgeven van de vraag – via mijn raakbaarheid – om de voorwaarden te scheppen voor kwaliteit van leven.”  Het is mijn verantwoordelijkheid om tot een goede afweging te komen. Het denken hierover moet – zo stelt Levinas – bij het helpen een dominante plek innemen.

Een ander aspect bij het overwegen om tot een antwoord op het gevoelde appèl te komen is het betrekken van de zogenaamde derden. Wij leven allemaal in netwerken en de vraag, het appèl van de ander, raakt ook anderen, de derden die niet direct bij het appèl betrokken zijn. Wat ik voor de een doe, heeft gevolgen voor de ander en wat ik voor de een doe kan ik niet meer inzetten voor die derde. Verantwoordelijk zijn betekent in dit verband ook dat je doorziet wat jouw antwoord op het appèl van de ander voor die derden voor gevolgen kan gaan hebben.

Jan Keij geeft in zijn boek ‘Levinas in de praktijk’ een mooi voorbeeld: “Een Marokkaans meisje van 19 jaar komt bij de huisarts met een probleem. Haar vader heeft haar dagboek gelezen waarin stond dat ze met een jongen heeft gezoend; de vader denkt ook dat het meisje wellicht geen maagd meer is en als dat zo is, zal hij het meisje uit huis zetten met daarbij een vorm van uitsluiting van de familie. De huisarts vraagt of zij inderdaad geen maagd meer is, hetgeen door het meisje wordt bevestigd maar ook zegt zij dat dit niet in haar dagboek staat. Zij vraagt de huisarts een verklaring op te tekenen dat zij nog maagd is en geeft daarbij aan dat zij zelfs bereid is om daar € 1.000,00 voor te willen betalen. Het meisje geeft de indruk in paniek te zijn en geeft aan veel waarde te hechten aan haar familie(band/relaties).

Hoe kan je verantwoordelijk, moreel en ethisch helpen op de vraag van het meisje die zoekt naar kwaliteit van leven?

Comments are closed.