Onbehagen (4)
december 8, 2020
Laat alles zien

Onbehagen (5)

Binnen het Zen Boeddhisme wordt toevlucht genomen tot de drie Juwelen: het zijn de Boeddha – de Dharma (de leer) – de Sangha (de gemeenschap). Die gemeenschap van gelijkgestemden zie je ook bij andere religies. Binnen de theologie wordt gesproken van de Societas Perfecta, de volmaakte samenleving, niet omdat ze dat is, maar omdat alle strijd die zij intern voert symbool staat voor de strijd die in de hele samenleving plaats vindt.

In elke gemeenschap wordt gestreefd naar een ‘Societas Perfecta’. Dan komen er al gauw vragen op die gaan over ‘wie laten we toe? Hoeveel vreemdheid kunnen we aan? Welke fundamenten moeten in acht worden genomen en wie sluiten we daarbij uit? Wie zijn we nog als we iedereen toelaten? (Theoloog  Ruald Ganzevoort). Deze intrinsieke behoefte van de Mens om ergens toe te behoren is erg groot en evolutionair bepaald. Noem het Kringbewustzijn: tot welke kring richt ik mijn identiteit?

Elke kring heeft zijn eigen verhaal over de Societas Perfecta: waar moet je aan voldoen om erbij te mogen horen? Deze verhalen zijn impliciet en vormen de draden tussen onze vingers; we noemen het ook wel cultuur. Als onze eigen kring belaagt wordt, als de buitenring teveel doorlaat, ontstaat een gevoel van onbehagen en wordt het vreemde, het afwijkende op krachtige toon de les gelezen of zelfs weggejaagd. Schuld en schaamte komen daarbij om de hoek kijken.

Bij schuld gaat het om iets dat je concreet fout hebt gedaan, waarvoor je vergeving kunt vragen. Bij schaamte gaat het om iets van jezelf dat je niet wilt laten zien, omdat je anders niet meer goed bent in de ogen van een ander. Dat gaat veel meer over je intrinsieke waarde als mens. Gezien worden en je dan willen verbergen… Bij schaamte hoort genade; dat iemands aangezicht – hij had zijn gezicht verloren – weer over hem valt; je wordt weer gezien, in positieve zin, ook als je niet bent wie je zou moeten zijn en tekortschiet.  (Ruald Ganzevoort)

Het verhaal van de verloren zoon gaat daar over, dat de vader zijn jongste zoon het onverdiende geeft; hij is welkom ongeacht verdienste. In onze tijd verliezen velen hun aangezicht met schaamte als gevolg; we kunnen niet meer voldoen aan de prestaties die de ‘kring’ van ons vraagt. Een eigentijdse confrontatie met de behoefte aan genade.

Genade en compassie horen bij elkaar. Het vraagt veel inzicht van de vader om op te staan (zie foto)  en de zoon zijn aangezicht weer terug te geven door te laten zien dat ook hij schaamte kent. Het is een daad met een diepgewortelde compassie en herkenning. Voor genade en compassie is het noodzakelijk dat je de aspecten van jezelf waar je niet blij mee bent, omarmt en liefdevol aankijkt.

Ruald Ganzevoort schreef in een opinie stuk van Trouw een prachtige zin: “wie zijn we nog als we iedereen toelaten?” Zen meditatie nodigt je uit om die vraag persoonlijk te maken en je de vraag te stellen: Wie ben jij als je alles in jezelf toelaat?

Namasté,

Sjaak Ruivenkamp

Comments are closed.